Smartphoneverslaving (30-01-2018)

‘“Hallo!”. Bij u is dit niet nodig, maar zo begon ik vorige week mijn responsiecollege over het psychiatrisch onderzoek voor 40 eerstejaars studenten. Nadat ik het vier keer op een beschaafdere geluidssterkte had geprobeerd. “De vigiliteit was verminderd, de aandacht was moeilijk te trekken”, zoals we dat in het psychiatrisch onderzoek gewoon zijn te zeggen. Misschien kunnen jullie er nog iets van herinneren. Ze waren allemaal met hun smartphone bezig, deelden de laatste appjes of foto’s op Facebook of Instagram. Het college over het psychiatrisch onderzoek stond wat minder hoog op de prioriteitenlijst.

Nog niet zo heel lang geleden was in het nieuws dat de helft van de jongeren zich in “meer of mindere mate” verslaafd vond aan sociale media. Deze cijfers waren gebaseerd op een onderzoek van universitair hoofddocent Regina van den Eijnden, verbonden aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht.  Zij had een enquête gedaan bij 2700 leerlingen van zes verschillende scholen van 12 tot 16 jaar oud en had sociale media gedefinieerd als WhatsApp, SnapChat, Facebook, Instagram, Google+, Pinterest en forums en weblogs.  Een onderzoek van het CBS uit 2014 onder een bredere groep jongeren, tussen de 12 en 25 jaar, waarbij jongeren moesten kiezen tussen wel of niet  verslaafd aan sociale media en zichzelf dus niet “een beetje verslaafd” konden noemen, komt tot een aantal van 18 procent.

De aandacht voor dit onderzoek was een reactie op nieuws van een aantal dagen daarvoor. Aandeelhouders van Apple hadden een open brief aan het bedrijf geschreven, waarin ze Apple opriepen meer te doen om smartphoneverslaving te voorkomen. Zij vroegen aandacht voor de negatieve gevolgen van het gebruik van de iPhone: slecht slapen, verhoogde kans op depressie of zelfs zelfmoord, concentratieverlies en recent ook: bijziendheid. Van Steve Jobs is bekend dat hij zijn kinderen verbood een iPad te gebruiken. Als geen ander wist de toenmalige Apple-baas hoe verslavend dergelijke apparaten kunnen zijn. Diensten als Snapchat, Facebook of Instagram: net zo. Recente boetedoeningen van ex-medewerkers van Facebook waarin ze hun spijt betuigen voor de door henzelf ontworpen apps voeden de toch al groeiende zorg. Precies de combinatie van die verslavende social media, smartphones of tablets is een levensgevaarlijke cocktail, betogen critici.

Op de eerste dag van het World Economic Forum dat recentelijk in Davos werd gehouden, was het dan ook de belangrijkste vraag: “Hoe perken we de macht van Apple, Google en Facebook in?”. Neelie Kroes wees daar op de recente uitspraken van de ex-Facebookdirecteuren. Meerderen van hen betuigden spijt dat ze hebben meegewerkt aan een site die volgens één directeur “expres is ontworpen om menselijke zwaktes uit te buiten” en bovendien “de samenleving verscheurt”. Kroes haalt Apple-directeur Tim Cook aan, die vorige week vertelde dat hij zijn 13-jarige neefje verbiedt om sociale media te gebruiken. “Als deze mensen ons al waarschuwen, is het echt tijd om op te letten”, zegt Kroes.

Gelukkig werd in de NRC van vorige week ook een andere kant belicht. Daarin werd aandacht besteed aan de fototentoonstelling “Unwired” van Jacqueline Hassink, die net geopend was in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Zij reisde naar plekken op aarde waar geen mobiel bereik is. Waar geen zendmasten staan, geen luchtballonnen, drones of satellieten zweven die toegang bieden tot de digitale wereld. Waar we niet kunnen appen, facebooken of Netflix kijken. Ook Nederland heeft er een paar, op de Veluwe, in de Betuwe en langs de grens bij Drente en Groningen.

Na een bezoek aan het Japanse eiland Yakushima, waar in het hart van de oerbossen helemaal geen bereik is, ervoer ze voor het eerst sinds lange tijd weer hoe het voelt om niet verbonden te zijn. “Ik realiseerde me hoe verslaafd ik was aan mijn mobiele telefoon. Het was heel verwarrend om daar te zijn, maar ik voelde ook dat ik weer ruimte in mijn hoofd kreeg. Ik denk dat mensen die ruimte soms nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Zeker voor je creativiteit heb je soms behoefte aan die stilte, dat niets.”

Een constatering die ook in de bijlage van de Volkskrant van vorige week werd bevestigd, in een uitgebreid artikel over verveling. “Verloren moment? Laat de smartphone liggen. En koester de verveling.” In dit artikel komt Wijnand van Tilburg aan het woord, tegenwoordig als psycholoog werkzaam bij King’s College in Londen, die zich al jaren bezig houdt met verveling. “De meeste menselijke emoties hebben een evolutionaire functie. Zo ook verveling. Het nut van verveling is het tegengaan van zinloosheid. Verveling is een signaal om jezelf uit een zinloze routine te halen. Verveling kan een goed moment zijn om eens na te denken: is wat je nu aan het doen bent wel echt wat je wilt?”.

“Het is ook goed om je brein af en toe even af te sluiten van prikkels. Zo werkt aandacht. Uit onderzoek blijkt dat een pauze van het werk in een omgeving zonder veel prikkels, zoals de natuur, goed is voor de concentratie. Voor de concentratie is een constante stroom van prikkels funest. Je concentratie werkt net als een spier, die dus ook af en toe rust nodig heeft.”

Terug naar fotograaf Jacqueline Hassink, die memoreert: “Ik voelde de laatste jaren steeds meer druk. Ik leed aan slapeloosheid, aan stress, vond het steeds moeilijker om te ontspannen. En dat had, behalve de gewone werkdrukte, zeker ook te maken met het altijd maar bereikbaar zijn. Net als veel mensen vind ik het moeilijk daarin een goede balans te vinden. De mobiele telefoon is voor veel mensen een verlengde van hun arm geworden, maar ook van hun geest. Je gaat gelijk op zoek naar informatie als je even iets niet weet. Als je je verveelt, kijk je een serie op Netflix. Zit je even een minuut op iemand te wachten, dan haal je meteen je smartphone uit je zak.”

Naast de landschappen toont ze portretten van mensen die in metro’s in onder andere Moskou, New York en Seoul op hun telefoons zitten te staren. In deze portretten zie je hoe iedereen alleen maar gefocust is op dat apparaatje, niemand praat met elkaar of is zich zelfs maar bewust van de aanwezigheid van de ander. Of van zichzelf. Mensen zijn niet hier maar daar: fysiek zijn ze op deze ene plek, hun geest zweeft ergens anders.

Hassink maakt zich zorgen over dat gebrek aan menselijk contact: “Een goed gesprek voeren, de tijd nemen om te praten over en te luisteren naar elkaars ideeën en gevoelens. Het lijkt steeds moeilijker te worden. Terwijl er niets zo mooi en belangrijk is als echt contact tussen mensen, waarbij je samen in een ruimte bent en elkaar in de ogen kunt kijken.”

Dit laatste citaat van Hassink maakt duidelijk hoe belangrijk dit onderwerp ook voor ons is, als dokters en toekomstige dokters.  Een vak waarbij het echte contact tussen mensen cruciaal is.  En een vak waarbij niet alleen het bewustzijn van de ander maar ook die van jezelf cruciaal is.  Dus ik wens jullie toe dat je toekomstige loopbaan ook tijdstippen en plekken zal hebben waar geen mobiel bereik is.   Waar je met je aandacht aanwezig kunt zijn in het moment en op de plaats waar je bent en je geest niet elders zweeft.

Het ga jullie goed.’

Anne Speckens
Artsexamen 30 januari 2018

Bronnen