Orgaandonatie (27-02-2018)

‘“Ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving en zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.” Een van de zinnen uit de Eed van Hippocrates die u net heeft afgelegd. Hippocrates was een Griekse arts die leefde in de 5e eeuw voor Christus. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de Westerse geneeskunde omdat hij als eerste natuurlijke in plaats van bovennatuurlijke oorzaken voor ziekten zag. Hippocrates had een praktijk en een artsenschool op zijn geboorte-eiland Kos, waar hij zijn leerlingen een hoge beroepsmoraal bijbracht. Hij ontwierp de plechtige artseneed waar hij zijn pupillen aan verplichtte. In 2003 werd door de KNMG een nieuwe Nederlandse artseneed vastgesteld, die niet langer alleen op de eigen beroepsgroep gericht is, maar ook op de maatschappij. Zo belooft de aanstaande arts zich bewust te zijn van zijn of haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. En tegenwoordig gaat er geen week voorbij of er staat een onderwerp in het middelpunt van de belangstelling dat te maken heeft met de geneeskunde of de gezondheidszorg.

Zo werd anderhalve week geleden in de Eerste kamer de nieuwe wet op orgaandonatie aangenomen. Vanaf 2020 moet iedere Nederlander vanaf 18 jaar zijn keuze over orgaandonatie vastleggen. Wie nog niet is geregistreerd, krijgt een brief met het verzoek om dat te doen en zo nodig nog een herinnering. Als niets wordt ingevuld, komt in het Donorregister vanzelf “geen bezwaar” te staan. Nabestaanden kunnen orgaandonatie tegenhouden als ze aannemelijk kunnen maken dat de registratie niet overeenkomt met de wens van betrokkene.

Ter gelegenheid hiervan stond er dit weekend een uitgebreide reportage in de Volkskrant over hoe zo’n donorprocedure nu in de praktijk verloopt. De Volkskrant stond vier maanden stand-by. Soms werd een procedure afgezegd omdat een van de nabestaanden echt niet kon leven met een gewenste orgaandonatie. Andere keren wilde de familie er geen journalist bij hebben, of was de situatie zo gecompliceerd dat IC-artsen dat niet eens wilde voorstellen. Omdat orgaandonatie in Nederland anoniem gebeurt, is de naam van de donor gefingeerd.

Een dag tevoren is René met loeiende sirenes naar de eerste hulp gebracht: een ernstige hersenbloeding. Hij was al niet meer aanspreekbaar toen er ter plekke een hartstilstand overheen kwam. Maar hij kon snel gereanimeerd worden en belandde, twee drains in het hoofd en aan de beademing, op de IC. Zijn lichaam werd vrijwel meteen gekoeld zodat alle energie naar de vitale organen en hersenen kon gaan. Maar het mocht niet baten. René kwam niet uit zijn coma.

Rond acht uur die ochtend heeft de IC arts via tests moeten vaststellen dat zijn hersenen onherstelbaar beschadigd zijn. Samen met de neuroloog beslist hij dat ze de behandeling gaan stoppen. “Dat is”, zegt hij, “een puur medische beslissing; de familie heeft daar geen invloed op.” In Nederland mogen artsen niet zinloos behandelen. Totaal onverwacht komt dan ineens de vraag van de familie: of het mogelijk is dat René zou kunnen doneren? De arts raadpleegt het register: René blijkt niets te hebben ingevuld, maar de familie denkt dat hij dat zou hebben gewild.

Het gebeurt vaker dat de familie zelf met de donorvraag komt, al is het meestal de behandelend arts die de vraag voorlegt, altijd nadat besloten is dat verdere behandeling zinloos is. Familieleden van mensen die met “ja” geregistreerd staan in het Donorregister verzetten zich bijna nooit tegen die keuze. Maar als er niets is geregistreerd, zeggen ze meestal nee tegen een donorverzoek van de arts. Ruim een derde van hen heeft daar achteraf trouwens spijt van, blijkt uit het proefschrift van Jack de Groot van het Radboudumc uit 2016. Jack de Groot is jarenlang in ons ziekenhuis werkzaam geweest als geestelijk verzorger. De instemmers hadden minder vaak spijt: slechts in 10 procent van de situaties. De familie van René put juist troost uit de donatie.

Bij hersendood laten de dagelijkse reflextests geen enkele hersenstamfunctie meer zien. Om te bepalen of iemand echt hersendood is, doen de artsen een aantal aanvullende tests die voorgeschreven zijn door het hersendoodprotocol. Als die tests zelfs niet de minuscuulste reactie uitlokken, wordt iemand hersendood verklaard en is dat het tijdstip van overlijden. Wel blijft de patiënt dan aan de beademing liggen, omdat het ruim tien uur kan duren voor een uitname-operatie is voorbereid. Het gecompliceerde is dat nabestaanden in zo’n geval afscheid moeten nemen van een kunstmatig beademd, warm lichaam. “Dat klopt niet met je intuïtie”, zegt klinisch ethicus Erwin Kompanje. “Normaal gesproken kan iedereen de dood vaststellen. Je ziet dat iemand niet ademt, koud voelt. Bij hersendood is dat niet zo. Zolang je iemand aan de beademing houdt, blijft het lichaam functioneren. Hersendood is een afspraak. We hebben besloten dat we onherstelbaar beschadigde hersenen dood vinden.”

Op de IC is inmiddels de transplantatiecoördinator met haar zwarte rolkoffertje gearriveerd. Ze gaat als eerste naar de familieleden om hun verhaal te horen en haar medeleven te betuigen, uitleg te geven en vragen te beantwoorden over de donatie. Ze brengt de donor in kaart, vraagt naar zijn medische geschiedenis, laat bloedonderzoek doen en vraagt specialisten longen en buikorganen te onderzoeken: zijn ze geschikt?

Ze stuurt de eerste medische gegevens naar Eurotransplant, de organisatie die zorgt voor de uitwisseling en verdeling van donororganen binnen acht Europese landen. Die samenwerking is nodig om een zo goed mogelijke match tussen donoren en ontvangers te vinden. Op basis van bloedgroep, weefseltype, lengte en gewicht van de donor draait een complex computerprogramma binnen vijftien minuten een matchlijst per beschikbaar orgaan uit. Bepalend daarbij zijn: de door experts vastgestelde mate van urgentie, de wachttijd en iets wat de nationale orgaanbalans wordt genoemd. Als een land veel organen levert, moet het ook veel organen ontvangen. Ondertussen komen de uitslagen van de tests binnen. Ze kan inmiddels ook de OK, de chirurgen en de OK-assistenten gaan plannen, en straks de chauffeurs van het Witte Kruis, die de organen transporteren.

Het is bijna negen uur ’s avonds als de ambulance-gele “donatiebus” arriveert bij het ziekenhuis, met een apart uitnameteam van twee chirurgen en twee ok-assistenten. Het uitzetten van de beademing kan zoals gepland om half tien plaatsvinden. De coördinator ziet op de monitor dat de bloeddruk snel terugloopt en uiteindelijk naar nul zakt. Ze gaat met de arts naar binnen om tegen de familie te zeggen dat het gebeurd is, dat er sprake is van “circulatiestilstand”. “We wachten nog vijf minuten”, zegt de arts en de coördinator vult aan: “Wij trekken ons nu terug, maar zijn in de buurt als je ons nodig hebt. Dit moment is echt voor jullie alleen.”

Als de vijf minuten voorbij zijn, rijden de arts en verpleegkundige het bed de kamer uit en de lift in. Als de lift weer opengaat verdriedubbelt de snelheid. In uptempo duwen ze het bed door de gangen, klapdeuren door, de ok op. De incisie wordt gezet. Klemmen houden de buik open. De handen van beide chirurgen gaan naar binnen, op zoek naar de slagader die zonder circulatie moeilijk te vinden is. En een fractie later: “perfusie mag aan”. “Loopt-ie?” “Ja.” “Hoeveel tijd?” “Twaalf minuten.” De maximale tijd tussen circulatiestilstand en perfusie – een half uur – is ruimschoots gehaald.  Maar hoe eerder, hoe beter de kwaliteit.

De coördinator noteert de tijd en belt: “Is al bekend waar de nieren heengaan?” Twee uur later belt de coördinator met de familie:  de operatie is geslaagd. De nieren zijn op dat moment al onderweg naar twee ziekenhuizen in Nederland.

Een indrukwekkend verhaal over hoe de donorprocedure precies in zijn werk gaat. Een verhaal waar familie, verpleegkundigen en artsen aan meegewerkt hebben. Om het publiek hierover te informeren. Om een feitelijke, genuanceerde bijdrage te leveren aan de vaak gepolariseerde en niet altijd zo feitelijke discussie over dit onderwerp. Een taak die onder onze maatschappelijke verantwoordelijkheid valt. En een taak waarin ook de IC artsen van het Radboudumc, zoals Farid Abdo, een niet onaanzienlijke bijdrage hebben geleverd de afgelopen weken.

Ik hoop dat jullie je als toekomstige artsen niet alleen zullen kwijten van je klinische, wetenschappelijke en wellicht ook onderwijstaken, maar ook je maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus zullen nemen. Ik wens jullie een hele vruchtbare en ook inspirerende loopbaan als arts toe.

Het ga jullie goed.’

Anne Speckens
Artsexamen 27-02-2018

Bronnen:

Recent Posts