Vrouwen in de geneeskunde (11-02-2019)

‘Dit weekend werd mijn aandacht getrokken door een opvallend interview in de NRC met twee vrouwen: Marceline en Mpo Tutu van Furth. Marceline van Furth is 58 jaar oud en werkzaam in het AMC als één van de eerste vrouwelijke hoogleraren Kindergeneeskunde in Nederland. Zij is gespecialiseerd in de infectieziekten, net als haar vader Ralph van Furth die hoogleraar interne geneeskunde was aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar heb ik nog college van hem gehad, toen ik student Geneeskunde was. Een beroemdheid. Of berucht, een beetje afhankelijk van wie je over hem sprak. Als studenten waren we wel een beetje bang van hem.

Marceline van Furth is sinds 2015 getrouwd met Mpo Tutu, een 54-jarige vrouw afkomstig uit Zuid-Afrika. Mpo werkte tot haar huwelijk me Marceline als pastor in de Anglicaanse kerk in Zuid-Afrika en is momenteel werkzaam als schrijfster en kunstenaar. Zij is de dochter van Desmond Tutu, de eerste zwarte aartsbisschop van de Anglicaanse Kerk in Kaapstad, die in 1984 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

Het interview vond plaats naar aanleiding van een ingezonden brief van de twee die was geplaatst in de Lancet, een van de oudste en beste medische tijdschriften ter wereld, over het belang van het ondersteunen van jonge vrouwelijke medici door hun oudere, meer ervaren collega’s. De Lancet heeft deze week een speciaal themanummer uitgebracht over vrouwen in de wetenschap, geneeskunde en gezondheidszorg.

Het thema-nummer begint met een editorial van de redactie, getiteld: “Feminisme is voor iedereen”. Ze halen de definitie van feminisme uit 1981 aan, van één van de grondleggers: “To be ‘feminist’ in any authentic sense of the term is to want for all people, female and male, liberation from sexist role patterns, domination, and oppression.” Veertig jaar later, zo constateren ze, is er nog steeds sprake van een onaanvaardbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. En de wetenschap en gezondheidszorg zijn hier helaas geen uitzondering op. Vandaar dat de redactie van de Lancet had besloten daar een special issue over uit te brengen, dat begon met een call for papers in december 2017 die resulteerde in meer dan 300 inzendingen uit meer dan 40 landen.  

Eén van de artikelen betreft een review over de genderongelijkheid in de wetenschap, geneeskunde en gezondheidszorg. Minder dan 30% van de wetenschappers in de wereld zijn vrouw, ook het percentage in West-Europa is slechts 32%. Ondanks het feit dat dit percentage toeneemt, publiceren vrouwelijke wetenschappers minder artikelen dan mannelijke en hebben ze minder internationale samenwerkingsverbanden. En dit heeft niet met hun capaciteiten te maken, maar met structurele belemmeringen als bias, organisatiecultuur en –beperkingen en de moeite van het combineren van werk en gezin. Ondanks dat er in de gezondheidszorg meer vrouwen dan mannen werken, zijn de vrouwen ondervertegenwoordigd in de hogere functies en in bepaalde specialismen, zoals de chirurgie, en is er nog steeds sprake van een verschil in salariëring, ook in vergelijkbare functies. In dezelfde review wordt geconstateerd dat de wetenschap en geneeskunde veel te winnen hebben bij gendergelijkheid. Uit onderzoek vanuit de management en bedrijfswetenschappen is bekend dat genderdiversiteit op de werkvloer resulteert in een hogere productiviteit, meer innovativiteit, het nemen van betere beslissingen, en een hogere werknemerstevredenheid en retentie.         

De in de review geconstateerde genderongelijkheid in de wetenschap wordt in hetzelfde issue geïllustreerd door een onderzoek dat in Canada werd uitgevoerd naar de invloed van gender op het toekennen van subsidies. De onderzoekers analyseerden de succespercentages van meer dan 23.000 subsidieaanvragen van ongeveer 7000 wetenschappers die tussen 2011 en 2016 naar het Canadian Institute of Health Research waren gestuurd. In het programma dat gefocust was op de kwaliteit van de onderzoeker maakten de vrouwen significant minder kans op een subsidie dan de mannen, terwijl dit in het programma dat gefocust was op de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel niet het geval was. De conclusie van de onderzoekers was dat de genderongelijkheid in het verkrijgen van subsidies verklaard kan worden door de perceptie van vrouwen als minder goede onderzoekers, niet door de kwaliteit van hun onderzoeksvoorstellen.

Ook in de Veni-subsidierondes van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek blijken de kansen voor vrouwelijke aanvragers systematisch lager dan die van de mannelijke, blijkt uit het rapport “Honoreringskansen voor mannen en vrouwen in de NWO-competitie”, dat door Romy van der Lee en Professor Noami Ellemers werd opgesteld. Vrouwen die voor de eerste keer een aanvraag indienen hebben een honoreringskans van slechts 10.8%. Dit is 16.1% bij mannen die voor de eerste keer een aanvraag indienen. In absolute aantallen betekent dit dat wanneer de honoreringskansen gedurende de onderzochte periode voor vrouwen gelijk waren geweest aan die voor mannen de niet-gehonoreerde aanvragen van 33 vrouwen wel gehonoreerd zouden zijn. Het ‘verlies’ van vrouwen tijdens de Veni-beoordelingsronde is vergelijkbaar met het patroon dat zichtbaar is bij de ERC starting grant, dat zich richt op een vergelijkbare doelgroep en loopbaanfase. Het aandeel vrouwen onder de aanvragers bedroeg daar (in de periode 2008-2011) 29% terwijl het aandeel vrouwen onder de gehonoreerde aanvragen slechts 24% was; een “verlies”van 5% vrouwen.

Terug naar de ingezonden brief van Marceline en Mpo van Furth Tutu. Zij constateren in het begin van hun brief dat zij beiden carrière hebben gemaakt in gebieden die, traditioneel gezien, niet erg open stonden voor vrouwen. Marceline als Westerse, witte vrouw in “global medicine” en Mpo als zwarte, Afrikaanse vrouw in de theologie en christelijke kerk. Ze schrijven dat  familie een van de acht variabelen is die van grote invloed zijn op de positie van vrouwen. De andere zeven zijn: opleiding, beroepskeuze, fysieke en psychische veiligheid, kansen, begeleiding, storytelling en empowerment.

Je familie kun je natuurlijk niet kiezen, daar moet je geluk mee hebben. En dat hebben ze, zeggen ze. Hun vaders steunden hun moeders, die zelf ook een carrière hadden. Het hielp hen, zeggen ze, om in de voetsporen van hun vader te treden. Marceline kon toen ze in opleiding was tot kinderarts onderzoek gaan doen in het laboratorium van haar vader. Ook hebben ze veel profijt gehad van collega’s die hun de richting wezen – ga naar die conferentie, laat dáár je gezicht zien – en hen coachten, formeel en informeel. Marceline was nooit op het idee gekomen om te zeggen dat ze hoogleraar wilde worden als een collega van haar, een man, haar er niet op geattendeerd had dat ze het met haar staat van dienst allang had moeten zijn.

Nu zijn ze beiden op een leeftijd dat ze hun kinderen helpen bij het maken van keuzes. En dat willen ze ook doen met jonge mensen buiten hun gezin. Met haar studenten en promovendi doet Marceline het al, ook met de jongens. “Probeer te dromen”, zegt ze tegen hen. “Ga je verbreden. Verdiep je in kunst en literatuur. Wees eigenwijs en leergierig.” Laatst had ze een jongen die naar Canada kon voor een stage en aan haar vroeg of dat een goed idee was, want zou hij dan nog wel de kans krijgen om kinderarts te worden. “Dat weet ik niet, zei ik, dat weet je nooit. Maar ik zie aan je dat je het wilt, dus ga. Het is nú een goed idee.”

Wat bedoelen ze met storytelling als zevende variabele? Mpo: “Ik kom uit een familie met heel veel verhalen, ook verhalen van vrouwen die samen tegen apartheid streden en zo de wereld veranderden. Die verhalen gaan in je zitten en je put er kracht uit, en moed, en blijdschap. Denk ook aan de parabels die Jezus in de Bijbel vertelt. Ik ben ervan doordesemd en ik blijf ervan leren.”

Ik hoop dat het verhaal van deze twee bijzondere vrouwen ook jullie zal inspireren. En dat ook jullie je zullen inzetten voor gendergelijkheid in onze wetenschap, geneeskunde en gezondheidszorg.  Ik zou me wat dat betreft willen aansluiten bij de oproep van de editor van de Lancet: “The fight for gender equality is everyone’s responsibility, and this means that feminism, too, is for everybody, for men and women, researchers, clinicians, funders, institutional leaders, and, yes, even for medical journals.” ‘

Anne Speckens
Artsexamen 11 februari 2019

Bronnen:

 

Recent Posts