Hoe kauwen op een stuk rozijn ons dan wél kan helpen

Door Imke Hanssen en Linda Cillessen

Mindfulness. De een zweert erbij, de ander krijgt er jeuk van. Ondanks (of juist dankzij) de grote populariteit van mindfulness bij particulieren, bedrijven, scholen en instituten, zijn er ook critici, zoals bijvoorbeeld Ronald Purser, hoogleraar management. In een opiniestuk in de Volkskrant (20-9-2019) schetst hij mindfulness als een ontspanningsmethode die mensen passief en gedwee maakt, zodat we niet meer voor onze belangen opkomen en ten onder gaan aan het hedendaagse kapitalisme. Maar is dat eigenlijk wel zo? Twee psychologen en toekomstig mindfulness trainers plaatsen hun kanttekeningen, en pleiten voor kwaliteit in plaats van kwantiteit in mindfulnessland.

Purser maakt duidelijk dat kauwen op een rozijn niet helpt tegen uitbuiting en onderbetaling, en dat klopt uiteraard. Sterker nog, wij voegen daar graag aan toe dat zitten op een meditatiekussen met gesloten ogen ook niet helpt tegen deze problemen. Maar een mindfulnesstraining is zoveel meer dan dat. Tijdens het zitten op dat kussentje, kom je namelijk allerlei patronen van jezelf tegen, bijvoorbeeld gepieker over je baas die altijd te hoge eisen stelt. Mindfulness helpt om jezelf tot dit gepieker te verhouden, het te accepteren én los te laten. Dat zorgt ervoor dat je niet dag en nacht wordt geconsumeerd door dit probleem, en energie overhoudt voor andere dingen.

En dat is precies waar veel mensen, inclusief Purser, denken dat mindfulness stopt en kritiek ontstaat. Fijn, je piekert minder, maar de veeleisende baas, bedrijfscultuur, en samenleving zijn er nog steeds. Maar mindfulness stopt hier helemaal niet. Sterker nog, mindfulness begint hier pas. In een mindfulnesstraining leren deelnemers namelijk dat er een keuze is, een keuze om gedrag aan te passen. Wanneer je je bewust wordt van je gepieker, kan je leren bewust te worden van jouw eigen grenzen. En mindfulness kan dan helpen om ‘nee’ te leren zeggen wanneer de veeleisende baas weer een opdracht in jouw schoot werpt. En als alle collega’s dat ook leren doen, valt er aan die bedrijfscultuur wellicht ook wat te veranderen.

Betekent dit dat de verantwoordelijkheid voor stressreductie volledig bij het individu ligt, zoals Purser zegt? Nee. De werkdruk in onze huidige samenleving is ontzettend hoog. Purser heeft gelijk, we moeten deze problemen bij de kern aanpakken. Maar wachten we dan maar passief op politieke of sociale verandering? Of gaan we toch maar ‘op mindfulness’, om te leren (her)kennen waarvan onze stress oploopt, en onze grenzen actief te bewaken, wat zelfs een beginpunt kan zijn voor maatschappelijke verandering?

Natuurlijk is mindfulness geen wondermiddel, maar de wetenschappelijke evidentie voor haar effectiviteit staat steeds sterker. Zelfs als wetenschappers corrigeren voor de ‘positivity bias’, waarmee wordt bedoeld dat vooral positieve resultaten worden gepubliceerd, blijven de voordelen van mindfulness zichtbaar. Ook voor mogelijk negatieve effecten komt steeds meer aandacht, en daardoor leren we wie baat heeft bij mindfulness, en wie juist niet.

En dat laatste onderstreept het belang van kwaliteit van de mindfulnesstraining. Wij twijfelen er niet aan dat mindfulness werkt, maar niet voor elk individu. Betrokkenheid van getrainde gezondheidsprofessionals die een intensieve opleiding volgden tot mindfulnesstrainer is hierbij belangrijk.

En dat is waar het spanningsveld zich bevindt. Iedereen kan een tweedaagse cursus volgen tot mindfulnesstrainer en trainingen aanbieden of een mindfulness app de wereld in slingeren. Mindfulness aanbieders kunnen bedrijven een grotere productiviteit beloven met hun trainingen, wat haaks staat op het doel van een mindfulnesstraining, namelijk mensen leren voor zichzelf te zorgen. Kwaliteit en werkzaamheid van de training kunnen hierdoor in het geding komen. Wij geloven dat mindfulness velen hulp kan bieden, mits wildgroei van mindfulness die ten koste gaan van kwaliteit voorkomen wordt. Want anders zullen er inderdaad mensen zijn die voor niks op die rozijn kauwen of op dat kussentje zitten.