Wetenschappelijk bewijs voor mindfulness

Op 14 maart 2015 verscheen in een bijlage van de Volkskrant een artikel over Mindfulness. De journaliste gaat op zoek naar de wetenschappelijke grond van de toepassing van Mindfulness. Dit leidt niet tot een eenduidige conclusie en regelmatig klinkt door dat er eigenlijk helemaal niet zoveel bewijs zou zijn. Melanie Schellekens, promovenda bij het Radboud Centrum voor Mindfulness vraagt zich af hoe deze journaliste daar toch bij komt? Zij wil het beeld dat in het artikel geschetst wordt nuanceren door uitgebreider in te gaan op het besproken wetenschappelijke bewijs.

Lees hieronder haar reactie, klik HIER voor het oorspronkelijke artikel

 

Wetenschappelijk bewijs voor mindfulness:  Reactie op Volkskrant artikel over ‘wat mindfulness wel en niet vermag’

 Op zaterdag 14 maart 2015 verscheen in de Sir Edward bijlage van de Volkskrant een artikel over Mindfulness getiteld ‘Onderzoek: wat mindfulness wel en niet vermag’. De journaliste gaat op zoek naar de wetenschappelijke grond van de toepassing van Mindfulness. Haar zoektocht leidt niet tot een eenduidige conclusie maar regelmatig laat ze in het artikel doorklinken dat er eigenlijk helemaal niet zoveel bewijs is. Hoe komt deze journaliste daar toch bij?

Ik werk als promovenda aan het Radboud Centrum voor Mindfulness en heb mij gestoord aan de vooringenomen toon in dit artikel. Het is natuurlijk belangrijk om kritisch naar de literatuur te kijken. Maar daarbij moet wel een compleet beeld geschetst worden zodat de lezer zich een gefundeerd oordeel kan vormen. In deze reactie wil ik het in mijn ogen wat eenvormige beeld dat in het Volkskrant artikel geschetst wordt, nuanceren door uitgebreider in te gaan op het besproken wetenschappelijke bewijs.

Effectiviteit

Allereerst wordt een grote meta-analyse van 47 studies besproken [1], die concludeert dat mindfulness een behandeling met een gemiddeld effect is voor angst, depressie en pijn. Dit betekent dat er wel degelijk bewijs is voor de effectiviteit en moedigt aan tot meer gedegen onderzoek. Niet dat de ‘conclusies niet sterk zijn’ of dat er geen bewijs is zoals in het Volkskrant artikel wordt geschreven.

Een kanttekening die niet gemaakt wordt, is dat in al deze 47 trials de mindfulness training wordt vergeleken met actieve controle groepen, terwijl in het artikel wordt gesproken over ‘een controlegroep die niets krijgt of die op de wachtlijst is geplaatst’. Dus zelfs in vergelijking met actieve controlegroepen blijkt mindfulness training  een gematigd effectieve behandeling voor angst, depressie en pijn.

Uit deze en andere meta-analyses [1, 2] wordt geconcludeerd dat mindfulness niet effectiever is dan CGT. Dat betekent niet per definitie dat het niets toevoegt zoals wordt beweerd in het Volksrant artikel. Misschien werkt voor de ene patiënt CGT beter en voor de ander MBCT.

Werkingsmechanisme

Even later wordt op basis van één studie geconcludeerd dat ‘meditatie (…) niet het werkzame element in de therapie’ blijkt te zijn. In deze trial werd de huidige MBCT training vergeleken met een MBCT zonder meditatie [3].  Deze laatste interventie lijkt dan meer op CGT voor groepen. De resultaten laten zien dat wanneer men naar de gehele groep kijkt, MBCT niet effectiever is dan “CGT” in het verminderen van de kans op terugval in depressie. Bij een subgroep van deelnemers die een grotere kwetsbaarheid had door onder andere trauma(s) in de kindertijd, bleek MBCT met meditatie wel  degelijk effectiever.

Bovendien laat een recente meta-analyse van 20 studies naar de werkingsmechanismen van mindfulness-based interventies zien dat mindfulness vaardigheden één van de werkingsmechanismen is van mindfulness-based interventies [4], naast cognitieve en emotionele reactiviteit, rumineren en piekeren.

Neurowetenschappelijk bewijs

Daarnaast wordt kort het neuropsychologische bewijs benoemd: ‘dat mensen die vaak mediteren meer grijze stof in de hersenen hebben dan mensen die minder vaak op een kussentje zitten’. Dit wordt vervolgens meteen afgezwakt door te noemen dat  ‘wat het effect is van meer grijze stof of meer alpha-golven in het brein durft niemand met zekerheid te zeggen’. Zo simpel ligt het echter niet. Recente onderzoeken suggereren namelijk dat meer grijze stof in een bepaald hersengebied leidt tot beter functioneren van dat gebied [5]. Wat betreft onderzoek naar mindfulness, laat een recente meta-analyse van 21 neuroimaging studies zien dat acht gebieden in het brein consistent veranderd zijn in beoefenaars van meditatie, waaronder gebieden gerelateerd aan meta-bewustzijn (frontopolar cortex/BA 10), exteroceptief en interoceptief lichaamsbewustzijn (sensorische cortex en insula), geheugen consolidatie en reconsoloditatie (hippocampus), zelf- en emotieregulatie (anterieure en middden cingulate, en orbitofrontale cortex), en intra- en interhemisfere communicatie (superieure longitudinale fasciculus en corpus callosum) [6]. Door methodologische beperkingen van de huidige studies wordt wel de kanttekening geplaatst dat verder onderzoek nodig is.

 Onderzoekspraktijk

Bovendien wordt de dagelijkse onderzoekspraktijk op de hak genomen. ‘De resultaten zijn vaak gestoeld op weinig meer dan zelfrapportage’ en ‘als  jij acht weken lang bent begeleid door een enthousiaste therapeut (…) dan kruis je na afloop al snel aan dat je je ietsjes beter voelt’. Het ligt wat genuanceerder dan hier wordt voorgespiegeld. Inderdaad wordt in veel onderzoek naar mindfulness-based interventies gebruik gemaakt van zelfrapportage vragenlijsten. Dat is niet anders dan in ander onderzoek naar therapieën en psychosociale interventies. Er wordt echter niet gevraag of je je beter voelt. Er wordt gevraagd hoe je je de afgelopen week hebt gevoeld. En dat wordt vervolgens vergeleken met hoe je je vooraf aan de training voelde.

Naast zelfrapportage wordt in veel onderzoek gebruik gemaakt van psychiatrisch interviews waarbij de psychiater of psycholoog die het interview afneemt niet weet of iemand heeft deelgenomen in de mindfulness conditie of de actieve controle conditie. Bovendien, zoals hiervoor staat beschreven, kijken steeds meer studies ook naar de effecten op het brein.

Wegmediteren!?

Wat mij als onderzoeker nog het meest stoorde in het artikel is het idee dat ‘ondertussen wel de indruk wordt gewekt dat er geen probleem is dat niet weg gepoetst kan worden door regelmatig op een kussentje te gaan zitten’. De vraag luidt: wie beweert dit? Want dat laat de schrijfster in het midden. Misschien komt deze bewering voort uit de McMindfulness cultuur uit de Verenigde Staten waar gestresste medewerkers iedere lunchpauze moeten mediteren om daarna weer fris aan de slag te gaan. Wij als wetenschappers distantiëren ons hiervan. Ik vind het vervelend dat onderzoekers over één kam worden geschoren met een paar enthousiastelingen die misbruik maken van het populaire concept mindfulness.

Bij mindfulness kun je namelijk niet iets ‘wegmediteren’. Was het maar zo simpel! Wanneer je mindfulness beoefent, ben je met vriendelijke open aandacht aanwezig bij de ervaringen in het moment. Hoe die ervaring ook is. Op deze manier kun je meer inzicht krijgen in je gedachten, gevoelens en automatische reacties. Als je zo kunt leren erkennen dat lijden bij het leven hoort en dat je mag voelen wat je voelt, kan dat de pijn misschien wat verzachten.

Enfin, de journaliste van het artikel heeft ons in ieder geval weer genoeg gelegenheid gegeven om met vriendelijke aandacht aanwezig te zijn bij de gevoelens die dit artikel opriep.  Misschien moeten we haar daarvoor alsnog hartelijk bedanken!

Melanie Schellekens

Promovenda bij het Radboud Centrum voor Mindfulness

Literatuur

  1. Goyal, M., et al., Meditation Programs for Psychological Stress and Well-being A Systematic Review and Meta-analysis. Jama Internal Medicine, 2014. 174(3): p. 357-368.
  2. Khoury, B., et al., Mindfulness-based therapy: A comprehensive meta-analysis. Clinical Psychology Review, 2013. 33(6): p. 763-771.
  3. Williams, J.M.G., et al., Mindfulness-based cognitive therapy for preventing relapse in recurrent depression: A randomized dismantling trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 2014. 82(2): p. 275-286.
  4. Gu, J., et al., How do mindfulness-based cognitive therapy and mindfulness-based stress reduction improve mental health and wellbeing? A systematic review and meta-analysis of mediation studies. Clinical Psychology Review, 2015. 37(0): p. 1-12.
  5. Loevden, M., et al., Structural brain plasticity in adult learning and development. Neuroscience and Biobehavioral Reviews, 2013. 37(9): p. 2296-2310.
  6. Fox, K.C.R., et al., Is meditation associated with altered brain structure? A systematic review and meta-analysis of morphometric neuroimaging in meditation practitioners. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 2014. 43(0): p. 48-73.

 

 

Recent Posts
X