Reflectie op een recente publicatie over onderzoek naar mindfulness

Waarborging kwaliteit van wetenschappelijk mindfulness onderzoek

Een recente publicatie over mindfulness onderzoek heeft uitgebreid in de belangstelling gestaan bij onderzoekers en volop aandacht gekregen in sociale media. Het artikel, getiteld Mind the hype: A critical evaluation and prescriptive agenda for research on mindfulness and meditation verscheen onlangs in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Perspectives on Psychological Science. Klinisch psycholoog en neurowetenschapper Nicholas van Dam en collega’s uit het veld beschrijven een aantal problemen waar het wetenschappelijke onderzoek naar mindfulness mee te maken heeft en benoemen tevens suggesties ter verbetering van deze kwesties.

De auteurs constateren onder andere dat mindfulness een ambigue betekenis heeft, dat er onmiskenbare verschillen bestaan tussen mindfulness trainingen en dat potentiële negatieve gevolgen van mindfulness en meditatie onderbelicht blijven. In hun conclusie schrijven zij dat mindfulness beter moet worden gedefinieerd in wetenschappelijk onderzoek, dat de repliceerbaarheid ervan een betere waarborging vereist en dat mogelijke negatieve gevolgen van mindfulness voor deelnemers expliciet moeten worden geadresseerd.

Wij staan positief tegenover het artikel en onderstrepen het belang van kritische reflectie op het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness. Dat stelt onderzoekers namelijk in staat het wetenschappelijke kader van mindfulness te blijven ontwikkelen. Middels onze reflectie op de publicatie willen wij laten zien hoe het Radboudumc Centrum voor Mindfulness (hierna: CvM) met enkele punten van aandacht uit het artikel van Van Dam en collega’s omgaat.

Mindfulness heeft verschillende betekenissen

Van Dam et al. moedigen wetenschappers, beoefenaars, mindfulness trainers en de media aan om afstand te nemen van het brede paraplubegrip ‘mindfulness’ en te kiezen voor meer expliciete, specifieke bewoordingen voor de processen die worden geleerd, beoefend en onderzocht. Er is namelijk geen consensus over de definitie van mindfulness. Daardoor worden verschillende onderzoeken die niet altijd hetzelfde meten onder één noemer geplaatst, mindfulness dus. Dit kan leiden tot uiteenlopende onderzoeksconclusies, simpelweg omdat er verschillende dingen worden onderzocht onder dezelfde noemer.

In tegenstelling tot Van Dam et al. onderstreept het CvM het belang van een algemene definitie van mindfulness in wetenschappelijk onderzoek, zodat het duidelijk is wat de onderzoekers bedoelen met de term mindfulness. In het CvM hanteren wij mindfulness als een vaardigheid om de aandacht opzettelijk te kunnen richten op ervaringen van dit moment, op een vriendelijke en niet-oordelende manier die deelnemers opdoen binnen een gestandaardiseerde interventie.

Daarnaast is het van belang duidelijkheid te verschaffen met welke vragenlijst of andere methode mindfulness wordt gemeten en transparant te zijn over de beperkingen van de betreffende methode. Binnen het CvM gebruiken wij bijvoorbeeld de Five Factor Mindfulness Questionnaire, een gestandaardiseerde vragenlijst die verschillende aspecten van mindfulness meet. Deze vragenlijst wordt bekritiseerd omdat het een simplificatie van het construct mindfulness meet. Daarnaast interpreteren deelnemers de vragen mogelijk anders na het volgen van een mindfulness training dan bij aanvang wat de vergelijking met een controlegroep beperkt. Hoewel deze kritiek gegrond is, zijn er vooralsnog weinig alternatieven voorhanden. Juist daarom voeren wij momenteel een Nederlandse validatie studie uit naar een nieuw vragenlijst, de Comprehensive Inventory of Mindfulness Experiences.

Verschillen tussen mindfulness trainingen

Daarnaast beschrijven Van Dam en collega’s het probleem van de vele verschillen versies van mindfulness trainingen. Zo is er veel variatie in het duur van de aandachtsoefeningen, uitvoering van de oefeningen en inhoud van de psycho-educatie tussen trainingen. Dat maakt het lastig om deze trainingen met elkaar te vergelijken en conclusies te trekken over de totale effectiviteit.

In het CvM hanteren we de klassieke achtweekse protocollen van de Mindfulness-Based Stress Reduction training volgens het protocol van Jon Kabat-Zinn. Voor de Mindfulness-Based Cognitive Therapy werken we met het protocol van Segal, Williams en Teasdale. Het CvM hanteert deze protocollen zowel in de dagelijkse klinische praktijk als binnen wetenschappelijk onderzoek. In specifieke gevallen wordt het programma enigszins aangepast gebaseerd op interviews met de doelgroep. Zulke wijzigingen worden uitgebreid getest in pilotstudies en zijn dus niet willekeurig, enkel om de doelgroep te dienen.

Naast protocollen van effectief bewezen mindfulness interventies wordt de kwaliteit van de mindfulness training ook gewaarborgd door competente mindfulness trainers. Beroepsverenigingen van mindfulness trainers (zoals de VMBN in Nederland) zijn internationale criteria overeengekomen waaraan mindfulness trainers behoren te voldoen, zoals de elementen en lengte van de opleiding, aantal retraites en stage. Bovendien hanteren we binnen ieder onderzoek de Mindfulness-Based Intervention Teacher Assessment Criteria, een gevalideerde vragenlijst om de competentie van de mindfulness trainers in kaart te brengen en te rapporteren in artikelen.

Negatieve gevolgen van mindfulness en meditatie

Wij zijn het met Van Dam en collega’s eens dat het in kaart brengen van de negatieve gevolgen van mindfulness kan bijdragen aan het identificeren van kwetsbare patiëntengroepen. Bovendien geeft het inzicht in de investering, zowel persoonlijk als financieel, die mindfulness mogelijk met zich meebrengt. Zoals gezegd wordt in de meeste onderzoeken het meten hiervan gebaseerd op het ‘spontaan’ rapporteren hiervan door deelnemers. Dit kan leiden tot een onderschatting van de negatieve gevolgen van mindfulness beoefening.

Het CvM is voornemens een onlangs ontwikkelde vragenlijst te gaan gebruiken in toekomstig onderzoek, zodat we op een actieve manier negatieve gevolgen van mindfulness in kaart kunnen brengen.

Kortom, het CvM waardeert deze bijdrage aan het onderzoek naar mindfulness. Het dwingt wetenschappers om kritisch te kijken naar hun werk en het mindfulness onderzoek naar een hoger plan te tillen. Tegelijkertijd stellen we ook vast dat het CvM zich op veel fronten al inspant om de kwaliteit van onderzoek te waarborgen in het belang van patiëntenzorg en wetenschap.

 Namens het Radboudumc Centrum voor Mindfulness, Melanie Schellekens en Félix Compen

Recommended Posts