Psychologische behandeling door mindfulness

Deze week (26 april) verscheen in de NRC een stukje over een recent door PLOSone gepubliceerd overzichtsartikel met als titel: Reporting of Positive Results in Randomized Controlled Trials of Mindfulness-Based Mental Health Interventions (Coronado-Montoya et al., 2016).
Promovendus Rhoda Schuling en onderzoeker Wendy Kersemaekers bespreken het artikel:

Het onderwerp van dit artikel betreft een bekend fenomeen in de wetenschap: het feit dat artikelen met positieve resultaten een grotere kans hebben om gepubliceerd te worden dan artikelen met negatieve resultaten. Door deze publicatiebias kan het gebeuren dat er van een interventie, of soms een heel wetenschapsveld, een te positief beeld ontstaat dat niet overeen komt met de werkelijkheid. Al eerder werd deze publicatiebias aangetoond in een spraakmakend artikel in de New England Journal of Medicine (Turner et al., 2008) over de effectiviteit van antidepressiva. En ook de effect grootte van andere psychologische behandelingen voor depressie zoals cognitieve gedragstherapie voor depressie op basis van de gepubliceerde studies is waarschijnlijk overschat (Driessen, Hollon, Bockting, Cuijpers, & Turner, 2015).

Onderzoekers, editors en reviewers in het veld van mindfulness lijken hierop geen uitzondering: de auteurs van bovenstaand artikel concluderen dat de kans groot is dat er de afgelopen jaren onevenredig veel positieve studies zijn verschenen over mindfulness interventies. Deze conclusie berust op een aantal bevindingen: 1) bij een verondersteld middelmatig effect (d=0.55) zijn er 1.6 keer zo veel positieve studies dan je op basis hiervan zou verwachten; 2) slechts een klein deel van de studies (17%) was van tevoren geregistreerd en geen daarvan had een goed gedefinieerde primaire uitkomstmaat; 3) als er wel sprake was van negatieve resultaten, werd door de onderzoekers in de discussie een dusdanige “draai” aan de resultaten gegeven, dat het niet uitgesloten kon worden dat mindfulness toch effectief was.

Bovenstaande resultaten wijzen erop hoe belangrijk het is om zorgvuldige wetenschap te bedrijven. Wij proberen aan deze “basishygiëne” van de wetenschap bij het Radboudumc Centrum voor Mindfulness veel aandacht te besteden. Zo zijn wij het van harte eens met het feit dat het goed is om gerandomiseerde trials te registreren en van tevoren de primaire uitkomstmaat te definiëren. In de afgelopen jaren, helaas net buiten de onderzoeksperiode van bovenstaand artikel, hebben twee van onze promovendi aanzienlijke moeite gedaan hun negatieve resultaten gepubliceerd te krijgen. Dit betrof het werk van dr. Hiske van Ravesteijn (Van Ravesteijn, Lucassen, Bor, Van Weel, & Speckens, 2013), wier onderzoek liet zien dat de algemene gezondheidstoestand van patiënten met medisch onverklaarde lichamelijke klachten niet verbeterde na het volgen van een mindfulness training. Daarnaast werd onlangs het onderzoek van Marloes Huijbers gepubliceerd (Huijbers et al., 2016), dat liet zien dat mindfulness geen bescherming bood tegen terugval bij patiënten die medicatie afbouwden in vergelijking met patiënten die ook mindfulness kregen maar geen medicatie afbouwden.

Onderrapportage van negatieve resultaten leidt niet alleen tot overschatting van het mogelijke effect van mindfulness, maar ook tot verlies van nuancering in de bevindingen. Er is immers nog veel onduidelijk over wie nu het meest profiteert van welk soort behandeling en wanneer. Om dergelijk maatwerk adequaat in kaart te kunnen brengen is deze nuancering, die misschien wel juist uit negatieve studies komt, onontbeerlijk.

Concluderend onderschrijven wij dus de aanbevelingen van de auteurs: onderzoekers moeten zorg dragen voor de tijdige en adequate registratie van hun onderzoek, niet afwijken van het vooropgezette protocol in analyse en rapportage dan wel deze afwijking beschrijven en motiveren, en helder en eerlijk rapporteren over negatieve resultaten.

De enige kanttekening die we bij bovenstaand onderzoek willen plaatsen is dat de publicaties die in de meta-analyse zijn meegenomen dateren van voor juli 2013, hetgeen alweer bijna drie jaar geleden is. Dit terwijl het vooraf vastleggen van onderzoeksprotocollen in daartoe bestemde openbare platforms pas sinds de laatste jaren meer usance is geworden. Gelukkig zijn er sinds juli 2013 wel degelijk gerandomiseerde trials naar mindfulness verschenen die aan de aanbevolen maatstaven voldoen (Carlson et al., 2013; Hoge et al., 2013; Willem Kuyken et al., 2015; W. Kuyken, Warren, Taylor, & et al., 2016).

Rhoda Schuling/Wendy Kersemaekers
April 2016

Literatuur
– Carlson, L. E., Doll, R., Stephen, J., Faris, P., Tamagawa, R., Drysdale, E., & Speca, M. (2013). Randomized controlled trial of mindfulness-based cancer recovery versus supportive expressive group therapy for distressed survivors of breast cancer (MINDSET). Journal of Clinical Oncology, JCO. 2012.2047. 5210.
– Coronado-Montoya, S., Levis, A. W., Kwakkenbos, L., Steele, R. J., Turner, E. H., & Thombs, B. D. (2016). Reporting of Positive Results in Randomized Controlled Trials of Mindfulness-Based Mental Health Interventions. PLoS One, 11(4), e0153220.
– Driessen, E., Hollon, S. D., Bockting, C. L., Cuijpers, P., & Turner, E. H. (2015). Does publication bias inflate the apparent efficacy of psychological treatment for major depressive disorder? A systematic review and meta-analysis of US National Institutes of Health-funded trials. PLoS One, 10(9), e0137864.
– Hoge, E. A., Bui, E., Marques, L., Metcalf, C. A., Morris, L. K., Robinaugh, D. J., . . . Simon, N. M. (2013). Randomized controlled trial of mindfulness meditation for generalized anxiety disorder: effects on anxiety and stress reactivity. The Journal of clinical psychiatry, 74(8), 1,478-792.
– Huijbers, M. J., Spinhoven, P., Spijker, J., Ruhé, H. G., van Schaik, D. J., van Oppen, P., . . . van der Wilt, G. J. (2016). Discontinuation of antidepressant medication af
ter mindfulness-based cognitive therapy for recurrent depression: randomised controlled non-inferiority trial. The British Journal of Psychiatry, bjp. bp. 115.168971.
– Kuyken, W., Hayes, R., Barrett, B., Byng, R., Dalgleish, T., Kessler, D., . . . Cardy, J. (2015). Effectiveness and cost-effectiveness of mindfulness-based cognitive therapy compared with maintenance antidepressant treatment in the prevention of depressive relapse or recurrence (PREVENT): a randomised controlled trial. The Lancet, 386(9988), 63-73.
– Kuyken, W., Warren, F. C., Taylor, R. S., & et al. (2016). Efficacy of mindfulness-based cognitive therapy in prevention of depressive relapse: An individual patient data meta-analysis from randomized trials. JAMA Psychiatry. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2016.0076

Van Ravesteijn, H., Lucassen, P., Bor, H., Van Weel, C., & Speckens, A. (2013). Mindfulness-based cognitive therapy for patients with medically unexplained symptoms: a randomized controlled trial. Psychotherapy and psychosomatics, 82(5), 299-310.

Recent Posts